Het voorstel bevat twee toetsen met samen zeven criteria: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Als een zelfstandige en opdrachtgever aan beide toetsen voldoen en in de praktijk volgens die afspraken werken, ontstaat volgens het voorstel een ‘veilige haven’.
De Zelfstandigenwet is nog een concept. De regels kunnen tijdens de internetconsultatie en de verdere behandeling nog veranderen.
Wat houden de twee toetsen in?
De zelfstandigentoets kijkt naar de zelfstandige als ondernemer, los van één specifieke opdracht. De werkrelatietoets beoordeelt de omstandigheden van een concrete opdracht: is er voldoende ruimte om zelfstandig te werken, zonder gezag van de opdrachtgever?
Volgens het voorstel biedt het voldoen aan beide toetsen vooraf meer zekerheid dat iemand als zelfstandige kan werken. Wie niet aan één of beide toetsen voldoet, is niet automatisch werknemer. Dan wordt de arbeidsrelatie beoordeeld aan de hand van de bestaande regels.
De zelfstandigentoets: drie criteria
De zelfstandigentoets bestaat uit drie criteria die gaan over de manier waarop iemand zich als ondernemer gedraagt.
1. De basis van het ondernemerschap is op orde
De zelfstandige moet aan een aantal basisvoorwaarden voldoen. Het voorstel noemt onder meer:
- een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een btw-nummer;
- een aparte rekening voor zakelijke transacties;
- zelf verantwoordelijk zijn voor de facturatie, ook als iemand anders die uitvoert;
- betalingstermijnen hanteren voor klanten en opdrachtgevers;
- zelf betalingen aan derden verrichten en verantwoordelijkheid dragen voor te late betalingen.
2. De zelfstandige heeft meerdere opdrachtgevers
Volgens het voorstel moet de zelfstandige in het lopende kalenderjaar en het voorgaande kalenderjaar samen ten minste drie verschillende opdrachtgevers of klanten hebben gehad. Dit criterium moet helpen bepalen of iemand voldoende onafhankelijk opereert.
Bij opdrachten via een intermediair kan dit gevolgen hebben voor de telling. Als een zelfstandige via hetzelfde bureau bij verschillende organisaties werkt, kan het bureau volgens de voorgestelde uitleg als één opdrachtgever tellen.
3. De zelfstandige treft voorzieningen voor ondernemersrisico’s
De zelfstandige moet jaarlijks een bedrag besteden aan voorzieningen voor risico’s die horen bij ondernemerschap. De hoogte van dat bedrag is in het voorstel nog niet vastgesteld.
Mogelijke voorzieningen zijn bijvoorbeeld een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid, een voorziening voor kortdurende ziekte, pensioenopbouw of zakelijke verzekeringen. Het voorstel noemt onder meer bedrijfs-, beroeps- en bedrijfsschadeverzekeringen en zakelijke rechtsbijstand.
De werkrelatietoets: vier criteria per opdracht
De werkrelatietoets gaat over de samenwerking tussen de zelfstandige en de opdrachtgever. De vier criteria moeten duidelijk maken of de zelfstandige binnen de opdracht voldoende vrijheid en verantwoordelijkheid heeft.
4. Beide partijen willen buiten een arbeidsovereenkomst werken
De zelfstandige en de opdrachtgever spreken vooraf af dat zij geen arbeidsovereenkomst willen aangaan. Die afspraak is op zichzelf niet doorslaggevend: de manier waarop partijen in de praktijk werken, blijft bepalend.
5. De zelfstandige bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd
De opdrachtgever mag afspraken maken over het gewenste resultaat en wat er moet worden opgeleverd. De zelfstandige moet in beginsel zelf kunnen bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd.
Algemene regels, zoals veiligheidsvoorschriften die ook voor anderen gelden, kunnen van toepassing zijn. De voorgestelde toets kijkt ook naar de vrijheid die de zelfstandige heeft in vergelijking met werknemers van de opdrachtgever.
6. De zelfstandige heeft vrijheid over werktijden en werklocatie
In principe bepaalt de zelfstandige zelf waar en wanneer het werk wordt uitgevoerd. Er kunnen uitzonderingen gelden wanneer werk aan een specifieke locatie of tijd gebonden is, bijvoorbeeld omdat het resultaat daar of dan moet worden bereikt. Ook in die situaties moet de zelfstandige voldoende ruimte houden om het werk zelfstandig te organiseren.
7. De zelfstandige werkt voor eigen rekening en risico
De zelfstandige moet zelf de voordelen en risico’s van het ondernemerschap dragen. Het voorstel noemt onder meer afspraken over een concreet resultaat, financiële gevolgen als een opdracht meer tijd of kosten vraagt en aansprakelijkheid voor schade of het niet goed uitvoeren van de opdracht.
Dit kan gevolgen hebben voor tijdelijke vervangingsopdrachten. Als een zelfstandige hetzelfde werkpakket uitvoert als een werknemer die tijdelijk wordt vervangen, kan het nodig zijn om de opdracht concreet en resultaatgericht te formuleren.
Wat betekent het voorstel voor opdrachtgevers en intermediairs?
De zelfstandigentoets kijkt naar de ondernemer; de werkrelatietoets geldt per opdracht. De opdrachtgever en zelfstandige moeten de afspraken over de opdracht vastleggen en er in de praktijk ook naar handelen. Bij tussenkomst kan het bureau als opdrachtgever worden beschouwd.
Het voorstel voorziet daarnaast in de mogelijkheid om de zelfstandigentoets met bewijs te onderbouwen, bijvoorbeeld met een verklaring van de zelfstandige of een derde. De Belastingdienst en de Arbeidsinspectie behouden hun rol bij het controleren van de feitelijke werkwijze.
De Zelfstandigenwet is nog niet definitief
De internetconsultatie loopt tot en met 29 oktober 2026. Daarna volgen verdere beoordelingen en de behandeling van het wetsvoorstel door de Raad van State en het parlement. De beoogde inwerkingtreding is januari 2028. Tot die tijd kunnen onderdelen van het voorstel nog wijzigen.
