Reserveringspercentages 2027 voor uitzendkrachten: uitleg en berekening

Sinds 2026 kent de CAO voor Uitzendkrachten grotendeels geen vaste reserveringspercentages meer.

Pagina banner afbeelding

De arbeidsvoorwaarden van de inlener bepalen hoeveel moet worden gereserveerd voor onder meer vakantiedagen, feestdagen, ADV- en ATV-dagen, kort verzuim en vakantiebijslag.

Wat betekent dit voor de kostprijs van uitzendkrachten, gedetacheerden en payrollwerknemers in 2027? In dit artikel leest u welke gegevens u per opdrachtgever nodig hebt, hoe u de reserveringspercentages berekent en waar u in de praktijk op moet letten.

Reserveringspercentages 2027 in het kort

Voor een correcte kostprijsberekening moet per opdrachtgever worden vastgesteld welke arbeidsvoorwaarden gelden. Het gaat onder andere om:

  • het aantal vakantiedagen;
  • het aantal doorbetaalde feestdagen;
  • ADV-, ATV- en roostervrije dagen;
  • kort verzuim en bijzonder verlof;
  • het percentage vakantiebijslag;
  • de grondslag waarover vakantiebijslag wordt berekend.

De regeling van de inlener is hierbij leidend. Uiteraard blijven de wettelijke minima gelden, zoals minimaal 20 wettelijke vakantiedagen bij een fulltime dienstverband en ten minste 8% vakantiebijslag.

Voor commerciële kostprijsberekeningen blijft de methode op basis van netto werkbare dagen praktisch bruikbaar. Naar verwachting zal deze methode voorlopig de standaard blijven. Voor de verloning schrijft de cao echter een andere systematiek voor, waarbij een verlofdag een vaste dagwaarde heeft en wordt uitgegaan van 260 werkbare dagen.

Daardoor kunnen de commerciële kostprijsberekening en de feitelijke verloning van elkaar afwijken.

Twee verschillende rekenmethodes

Bij de berekening van reserveringen moet onderscheid worden gemaakt tussen:

  1. de commerciële kostprijsberekening op basis van netto werkbare dagen;
  2. de waardemethode die de CAO voor Uitzendkrachten voorschrijft voor de verloning.

Kostprijsberekening met netto werkbare dagen

Bij deze vertrouwde methode wordt eerst vastgesteld hoeveel dagen een werknemer naar verwachting daadwerkelijk kan werken. Vakantiedagen, feestdagen en ADV- of ATV-dagen worden afgetrokken van het aantal bruto werkbare dagen.

De reservering voor een bepaalde verlofsoort wordt vervolgens berekend door het aantal betreffende dagen te delen door het aantal netto werkbare dagen.

Deze methode sluit goed aan op commerciële kostprijsberekeningen en vormt daarom het uitgangspunt van dit artikel.

Verloning op basis van 260 dagen

De cao schrijft voor de beloning een methode voor die altijd uitgaat van 260 bruto werkbare dagen. Daarbij maakt het niet uit of op al die dagen daadwerkelijk wordt gewerkt.

Het praktische gevolg is dat ook over opgenomen vakantiedagen en eventueel opgenomen ADV-dagen opnieuw rechten worden opgebouwd. Er worden dus als het ware vakantiedagen over vakantiedagen opgebouwd.

Deze systematiek is specifiek bedoeld voor de verloning. Voor commerciële kostprijsberekeningen is zij doorgaans minder praktisch.

Voor welke werknemers gelden deze regels?

De regels gelden voor alle werknemers die ter beschikking worden gesteld. Het gaat dus niet alleen om uitzendkrachten, maar ook om gedetacheerden en payrollwerknemers.

Sinds 2026 hebben payrollwerknemers recht op gelijke arbeidsvoorwaarden. Voor uitzendkrachten en gedetacheerden geldt het uitgangspunt van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden.

Vooral detacheerders hebben hierdoor meer ruimte om een eigen arbeidsvoorwaardenpakket samen te stellen. Niet ieder afzonderlijk onderdeel hoeft exact overeen te komen met de regeling van de opdrachtgever, zolang de totale waarde van het arbeidsvoorwaardenpakket gelijkwaardig is.

Zolang de CAO voor Uitzendkrachten niet algemeen verbindend is verklaard, is lidmaatschap van een branchevereniging strikt genomen nodig om de gelijkwaardige beloning te mogen toepassen. Op grond van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) geldt namelijk gelijke beloning, tenzij daarvan bij cao wordt afgeweken.

Bruto en netto werkbare dagen in 2027

Het jaar 2027 is geen schrikkeljaar en telt 365 kalenderdagen. Na aftrek van 104 weekenddagen blijven er 261 bruto werkbare dagen over.

Het aantal netto werkbare dagen wordt als volgt berekend:

261 bruto werkbare dagen − vakantiedagen − feestdagen − ADV-, ATV- of roostervrije dagen

De regeling van de inlener bepaalt hoeveel dagen in iedere categorie moeten worden meegenomen.

Drie rekenvoorbeelden

Situatie Berekening Netto werkbare dagen
20 vakantiedagen, 5 feestdagen en geen ADV 261 − 20 − 5 236
25 vakantiedagen, 5 feestdagen en geen ADV 261 − 25 − 5 231
28 vakantiedagen, 11 feestdagen en 10 ADV-dagen 261 − 28 − 11 − 10 212

Het derde voorbeeld is een maximumvariant. Hierbij wordt aangenomen dat alle 11 feestdagen daadwerkelijk leiden tot doorbetaling van niet-gewerkte uren. Ook eventuele weekendfeestdagen worden in deze berekening dus meegeteld.

Reservering voor vakantiedagen in 2027

Sinds 2026 maken vakantiedagen onderdeel uit van de beloning van uitzendkrachten. De CAO voor Uitzendkrachten bevat hiervoor geen eigen minimumaantal. Het aantal vakantiedagen uit de regeling van de inlener moet worden gevolgd, met het wettelijke minimum van 20 vakantiedagen bij een fulltime dienstverband als ondergrens.

Het reserveringspercentage voor vakantiedagen wordt als volgt berekend:

Aantal vakantiedagen ÷ aantal netto werkbare dagen × 100%

Voor de drie voorbeelden levert dit de volgende percentages op:

Vakantiedagen Netto werkbare dagen Reserveringspercentage
20 236 8,47%
25 231 10,82%
28 212 13,21%

Wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen

Wanneer de reservering wordt gesplitst in wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen, ontstaan de volgende percentages:

Situatie Wettelijke vakantiedagen Bovenwettelijke vakantiedagen
20 vakantiedagen en 236 netto werkbare dagen 20 ÷ 236 = 8,47% 0 ÷ 236 = 0%
25 vakantiedagen en 231 netto werkbare dagen 20 ÷ 231 = 8,66% 5 ÷ 231 = 2,16%
28 vakantiedagen en 212 netto werkbare dagen 20 ÷ 212 = 9,43% 8 ÷ 212 = 3,77%

Reservering voor feestdagen in 2027

In 2027 vallen vijf algemeen erkende feestdagen op een doordeweekse dag. Wanneer Goede Vrijdag bij de inlener eveneens als officiële feestdag geldt, kan het aantal oplopen tot zes. Als ook 5 mei als officiële feestdag wordt aangemerkt, zijn het er mogelijk zeven.

Vier feestdagen vallen in het weekend:

  • Eerste Paasdag;
  • Eerste Pinksterdag;
  • Eerste Kerstdag;
  • Tweede Kerstdag.

Of werknemers recht hebben op doorbetaling wanneer zij normaal gesproken op zo’n dag zouden werken, hangt af van de regeling van de inlener.

Staan Eerste Paasdag en Eerste Pinksterdag in die regeling als officiële feestdagen vermeld? Dan kan op die dagen bijvoorbeeld recht bestaan op een feestdagentoeslag en, afhankelijk van de omstandigheden, doorbetaling.

Niet iedere feestdag leidt tot een reserveringslast

Voor de kostprijsberekening mogen weekendfeestdagen niet automatisch worden opgeteld bij de doordeweekse feestdagen.

Bepalend is of de werknemer wegens de feestdag niet kan werken en de gemiste uren toch moeten worden doorbetaald. Alleen dan ontstaat voor de uitlener een reserveringslast.

Bij volcontinu- en 24/7-roosters kan vaak gewoon worden gewerkt. De werknemer ontvangt dan loon voor de gewerkte uren, eventueel aangevuld met een feestdagentoeslag. Er is in dat geval meestal geen sprake van doorbetaling van niet-gewerkte uren.

Praktijkwaarschuwing

Neem een weekendfeestdag alleen op in de reservering als uit zowel de regeling van de inlener als de feitelijke planning blijkt dat:

  • de werknemer normaal gesproken op die dag zou werken;
  • werken door de feestdag niet mogelijk is;
  • de niet-gewerkte uren moeten worden doorbetaald.

Kijk dus niet alleen naar het aantal officiële feestdagen, maar vooral naar de kans dat een feestdag daadwerkelijk leidt tot doorbetaling wegens niet-werken.

Berekening van de feestdagreservering

Het reserveringspercentage voor feestdagen wordt als volgt berekend:

Aantal door te betalen feestdagen ÷ aantal netto werkbare dagen × 100%

Voor de drie voorbeelden gelden de volgende percentages:

Feestdagen Netto werkbare dagen Reserveringspercentage
5 236 2,12%
5 231 2,16%
11 212 5,19%

De reservering van 5,19% in het derde voorbeeld is alleen van toepassing als alle 11 feestdagen daadwerkelijk tot doorbetaling wegens niet-werken leiden.

Reservering voor ADV, ATV en roostervrije dagen

De verwerking van ADV-, ATV- en roostervrije dagen is voor uitzendkrachten vaak lastig uit te leggen en te berekenen.

Reguliere werknemers bouwen ADV doorgaans in tijd op. Op een opgenomen ADV-dag wordt het normale salaris doorbetaald, inclusief het bijbehorende vakantiegeld.

Uitleners konden er voorheen voor kiezen om ADV in geld of in tijd toe te kennen. In de praktijk werd vaak gekozen voor uitbetaling in geld. Tot en met 2019 kon deze vergoeding onder voorwaarden worden uitbetaald zonder opbouw van vakantiedagen. Sinds 2020 moeten over een dergelijke brutovergoeding wel vakantiedagen worden opgebouwd. Vakantiebijslag was daarover niet altijd verschuldigd.

Sinds 2026 moet ook met de opbouw van vakantiebijslag rekening worden gehouden. Daarom wordt in kostprijsberekeningen meestal uitgegaan van ADV in tijd. Daarmee wordt de opbouw van zowel vakantiedagen als vakantiebijslag correct verwerkt.

Berekening van de ADV-reservering

Het reserveringspercentage voor ADV wordt als volgt berekend:

Aantal ADV-dagen ÷ aantal netto werkbare dagen × 100%

Voor de drie voorbeelden levert dit de volgende percentages op:

ADV-dagen Netto werkbare dagen Reserveringspercentage
0 236 0%
0 231 0%
10 212 4,72%

Kort verzuim en bijzonder verlof

Ook voor kort verzuim en bijzonder verlof geldt sinds 2026 geen vast reserveringspercentage meer.

Het recht op kort verzuim, bijzonder verlof en bovenwettelijke doorbetaling bij verschillende vormen van zorgverlof en WAZO-verlof volgt uit de regeling van de inlener.

Het oude percentage van 0,6% uit de CAO voor Uitzendkrachten kwam overeen met ongeveer 1,5 werkdag per jaar. Veel uitleners gebruiken dit percentage nog steeds als praktisch uitgangspunt voor hun kostprijsberekening.

Omdat de werkelijke kosten vooraf moeilijk zijn in te schatten, kan er ook voor worden gekozen om aanvullende kosten door te belasten zodra zij zich voordoen.

Vakantiebijslag in 2027

Ook voor de vakantiebijslag is de regeling van de inlener leidend. In de meeste gevallen bedraagt de vakantiebijslag 8%, maar sommige cao’s of bedrijfsregelingen kennen een hoger percentage.

Sinds 2026 moet niet alleen het percentage van de inlener worden gevolgd, maar ook de grondslag waarover de vakantiebijslag wordt berekend.

Wettelijk moet vakantiebijslag over het volledige loon worden betaald, tenzij een toepasselijke cao daarvan afwijkt. Veel cao’s bepalen dat vakantiebijslag ook verschuldigd is over looncomponenten zoals:

  • onregelmatigheidstoeslagen;
  • ploegentoeslagen;
  • toeslagen voor afwijkende diensten;
  • vergelijkbare structurele loonbestanddelen.

Vakantiebijslag over overwerk komt in cao’s minder vaak voor. Voor ondernemingen zonder toepasselijke cao geldt in beginsel dat vakantiebijslag ook moet worden berekend over onregelmatigheidstoeslagen en overuren.

Controleer daarom altijd zowel het percentage als de vakantiegeldgrondslag van de inlener.

Verschil tussen kostprijsberekening en verloning

Voor de commerciële kostprijs blijft een berekening op basis van netto werkbare dagen noodzakelijk en praktisch bruikbaar. Deze methode wijkt echter af van de systematiek die artikel 33 van de CAO voor Uitzendkrachten voor de beloning voorschrijft.

Volgens de cao heeft een verlofdag een waarde van 0,385% van het loon. Deze formule gaat altijd uit van 260 werkbare dagen. Bovendien vindt opbouw plaats over alle soorten dagen, waaronder vakantiedagen en feestdagen.

Voor de verloning is de oude methode op basis van netto werkbare dagen strikt genomen niet meer toegestaan. In de praktijk ondersteunen nog niet alle softwarepakketten de nieuwe waardemethode volledig.

Wanneer een salarissysteem nog rekent op basis van netto werkbare dagen, kunnen de uitkomsten afwijken van de voorgeschreven dagwaardemethode. Dat verschil is meestal in het nadeel van de ter beschikking gestelde werknemer.

Bij inspecties lijkt deze werkwijze voorlopig nog te worden gedoogd, maar het is onzeker of dat zo blijft. Uitleners doen er daarom verstandig aan tijdig te controleren of hun salarissoftware de nieuwe systematiek correct ondersteunt.

Stappenplan voor de kostprijsberekening in 2027

Voor iedere opdrachtgever moet minimaal het volgende worden vastgesteld:

  1. Hoeveel vakantiedagen kent de regeling van de inlener?
  2. Welke feestdagen worden als officiële feestdag aangemerkt?
  3. Op welke feestdagen kan daadwerkelijk niet worden gewerkt?
  4. Moeten de niet-gewerkte uren op die dagen worden doorbetaald?
  5. Hoeveel ADV-, ATV- of roostervrije dagen gelden er?
  6. Welke regelingen gelden voor kort verzuim en bijzonder verlof?
  7. Welk percentage vakantiebijslag is van toepassing?
  8. Over welke loonbestanddelen moet vakantiebijslag worden berekend?
  9. Ondersteunt de salarissoftware de cao-methode met een dagwaarde van 0,385%?

Pas wanneer deze gegevens bekend zijn, kunnen de reserveringspercentages en de commerciële kostprijs betrouwbaar worden berekend.

Conclusie

Er bestaat voor 2027 niet één algemeen reserveringspercentage dat voor iedere uitzendkracht, gedetacheerde of payrollwerknemer kan worden gebruikt. De regeling van de inlener bepaalt welke vakantiedagen, feestdagen, ADV- en ATV-dagen, verlofregelingen en vakantiebijslag moeten worden toegepast.

Voor commerciële kostprijsberekeningen blijft de methode op basis van netto werkbare dagen voorlopig het meest praktisch. Tegelijkertijd moet voor de verloning rekening worden gehouden met de cao-systematiek op basis van 260 dagen en een dagwaarde van 0,385%.

De belangrijkste aandachtspunten zijn:

  • neem weekendfeestdagen niet automatisch mee in de reservering;
  • controleer of de feestdag daadwerkelijk tot doorbetaling van niet-gewerkte uren leidt;
  • verwerk ADV bij voorkeur in tijd;
  • volg zowel het percentage als de grondslag voor vakantiebijslag van de inlener;
  • controleer of de salarissoftware de voorgeschreven dagwaardemethode ondersteunt.

Een juiste inventarisatie per opdrachtgever is daarmee belangrijker dan ooit voor een correcte kostprijs en verloning.