Vleessector krijgt deadline: verbeteringen nodig, anders dreigt uitzendverbod

Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft de vleessector tot 15 juni de tijd om aantoonbare verbeteringen door te voeren. Gebeurt dat niet, dan wil het kabinet een sectoraal verbod op het inhuren van arbeidskrachten via uitzendbureaus verder voorbereiden.

Pagina banner afbeelding

“De sector heeft tot 15 juni om vooruitgang te laten zien. Anders ga ik werken aan een uitzendverbod”, aldus minister Vijlbrief tijdens een debat in de Tweede Kamer over arbeidsmigratie. Het mogelijke verbod is opgenomen in het coalitieakkoord en moet volgens de minister een echte stok achter de deur zijn.

Arbeidsinspectie bepaalt of sector voldoende verbetert

Bij een eventueel besluit kijkt het kabinet vooral naar de resultaten van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Vijlbrief benadrukte dat het oordeel niet alleen vanuit de sector zelf kan komen: “De slager keurt zijn eigen vlees.”

De minister heeft de afgelopen periode gesprekken gevoerd met verschillende partijen binnen de vleessector, van slachterijen tot grote vleesverwerkers. Volgens hem kwam hij daarbij geen organisaties tegen die bewust misstanden willen veroorzaken. Tegelijkertijd stelt hij vast dat de sector nog steeds veel problemen kent.

Een belangrijk aandachtspunt is het hoge aantal ontslagen op staande voet. In de vleessector ligt dit percentage rond de 10 procent, terwijl het landelijke gemiddelde ongeveer 0,65 procent bedraagt. Volgens de minister gaat het hierbij vaak om werknemers die via uitzendbureaus worden ingehuurd.

Na het verstrijken van de deadline start het kabinet een internetconsultatie over de algemene maatregel van bestuur (AMvB) die een mogelijk verbod mogelijk maakt. Een verbod treedt daarmee niet direct in werking, maar de voorbereidingen worden wel concreter.

Misstanden spelen al jarenlang

De problemen in de vleessector zijn niet nieuw. Sinds 2010 worden er regelmatig misstanden gemeld rondom arbeidskrachten in de keten, vooral onder arbeidsmigranten die via uitzendbureaus werken.

Het gaat onder meer om:

  • te lage betalingen;
  • overtredingen van arbeidstijden;
  • onveilige werkomstandigheden;
  • intimidatie en geweld.

Sinds 2021 heeft het kabinet 29 gesprekken gevoerd met de sector, waarvan twaalf op ministerieel niveau. Volgens Vijlbrief is de noodzakelijke verbetering nog onvoldoende zichtbaar.

Tweede Kamer verdeeld over aanpak

In de Tweede Kamer bestaat brede steun voor het aanpakken van misstanden, maar de meningen verschillen over de manier waarop dat moet gebeuren.

Mariëtte Patijn (GL-PvdA) vindt dat de problemen structureel zijn en niet met losse maatregelen opgelost kunnen worden. Volgens haar werkt ongeveer 90 procent van de werknemers in de sector via uitzendconstructies. Zij pleit daarom voor meer directe dienstverbanden, zodat werknemers een vaste en duidelijk aanspreekbare werkgever hebben.

Ook D66-Kamerlid Stephan Neijenhuis vindt dat de tijd van alleen goede voornemens voorbij is. Volgens hem moet de sector nu resultaten laten zien.

VVD-Kamerlid Jurgen Nobel wil eveneens optreden tegen misstanden, maar waarschuwt ervoor om hele sectoren over één kam te scheren. Volgens hem moet de focus liggen op malafide bedrijven en uitzendbureaus.

Sector wil zelf misstanden aanpakken

BBB-Kamerlid Femke Wiersma noemt een algemeen uitzendverbod te ver gaan. Zij wijst erop dat de brancheorganisatie VleesNL een actieplan met zestien verbeterpunten heeft opgesteld.

Volgens Wiersma is het aandeel ontslagen op staande voet de afgelopen jaren sterk gedaald: van ongeveer 70 procent naar minder dan 10 procent. Zij vindt daarom dat de sector de kans moet krijgen om de ingezette verbeteringen door te voeren.

In het actieplan Gezond, veilig en eerlijk werk spreekt VleesNL af alleen nog samen te werken met uitzendbureaus die aan strenge eisen voldoen. Daarbij gaat het onder andere om certificering, naleving van wet- en regelgeving en het melden van onderzoeken of boetes van de Arbeidsinspectie.

Uitzendverbod al langer onderwerp van discussie

Een mogelijk verbod op uitzendarbeid in risicosectoren speelt al langer. In 2024 werd al onderzocht of sectoren zoals de vleessector beperkingen kunnen krijgen op het gebruik van uitzendkrachten.

De uitzendbranche reageerde destijds kritisch. Volgens organisaties als de ABU en NBBU zou een verbod te vroeg komen en zou de nadruk moeten liggen op betere regulering en toezicht.

Toch heeft het huidige kabinet de mogelijkheid van een sectoraal uitzendverbod opgenomen in het regeerakkoord.

Breder debat over arbeidsmigratie

Het debat over de vleessector maakt deel uit van een groter gesprek over arbeidsmigratie in Nederland. Vrijwel alle partijen in de Tweede Kamer vinden dat het aantal arbeidsmigranten moet worden teruggebracht. Nederland telt naar schatting ongeveer 1,7 miljoen arbeidsmigranten.

De discussie gaat vooral over de manier waarop dat moet gebeuren. Verschillende partijen willen een omslag naar een economie die minder afhankelijk is van laagbetaalde arbeid en meer inzet op innovatie, automatisering en het opleiden en benutten van Nederlandse werknemers.

Minister Vijlbrief sluit zich daarbij aan. Volgens hem moeten bedrijven minder afhankelijk worden van goedkope arbeid en moet Nederland sterker inzetten op productiviteit en innovatie.

Een aantal partijen, waaronder SP en JA21, pleit voor strengere regels voor arbeidsmigratie binnen de Europese Unie, zoals opnieuw invoeren van tewerkstellingsvergunningen. Vijlbrief ziet daar binnen de huidige Europese regels geen ruimte voor.

Daarnaast werkt het kabinet verder aan maatregelen rond de kennismigrantenregeling, internationale vakmensen, toezicht op arbeidsmigratie en de uitbreiding van de Arbeidsinspectie.

De komende maanden moet duidelijk worden of de vleessector voldoende stappen zet om een uitzendverbod te voorkomen.