Minder langdurige flexcontracten
Met de nieuwe wet wil het kabinet langdurige flexconstructies terugdringen. Tijdelijke contracten moeten volgens de plannen weer echt bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Werknemers krijgen daardoor sneller uitzicht op een vast contract.
Ook worden de regels rondom opeenvolgende tijdelijke contracten aangepast. De Tweede Kamer besloot tijdens de behandeling van het voorstel om de wachttijd voor een nieuw tijdelijk contract te verkorten van vijf naar drie jaar.
Nulurencontracten verdwijnen
Een belangrijke wijziging is het verdwijnen van nulurencontracten. Deze oproepcontracten worden vervangen door zogenoemde bandbreedtecontracten. In zo’n contract spreken werkgever en werknemer een minimum- en maximumaantal uren af. Het maximum mag daarbij niet hoger zijn dan 130 procent van het minimumaantal uren.
Werknemers mogen extra oproepen buiten de afgesproken uren weigeren. Daarnaast moeten werkgevers een contract met meer uren aanbieden wanneer medewerkers structureel meer werken dan afgesproken.
Voor scholieren, studenten en AOW-gerechtigden blijft een uitzondering bestaan op de nieuwe regels voor oproepcontracten.
Meer bescherming voor uitzendkrachten
Ook uitzendkrachten krijgen meer bescherming onder de nieuwe wetgeving. Zij moeten recht krijgen op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als werknemers in vaste dienst.
Daarnaast worden de zogenoemde uitzendfasen verkort. Werkgevers kunnen uitzendkrachten daardoor minder lang eenvoudig ontslaan. De periode wordt teruggebracht van anderhalf jaar naar één jaar.
Verder krijgt de minister de mogelijkheid om in te grijpen bij structurele onderbetaling binnen de uitzendsector.
Onderdeel van groter arbeidsmarktpakket
De nieuwe wet maakt deel uit van een breder pakket aan hervormingen op de arbeidsmarkt. De plannen zijn gebaseerd op eerdere afspraken tussen het kabinet, werkgeversorganisaties en vakbonden. Ook aanbevelingen van de commissie-Borstlap en adviezen van de SER vormden de basis voor het wetsvoorstel.
Hoewel werkgevers en vakbonden de plannen grotendeels steunen, klinkt er binnen delen van de arbeidsmarkt ook kritiek. Sommige organisaties vrezen dat strengere regels de flexibiliteit en inzetbaarheid van personeel kunnen beperken.
